TERUGBLIK > Sint-Jakobsviering te Borsbeek

Sint-Jakobsviering te Borsbeek op 25 juli 2008.

Vrijdag 25 juli was weeral de spreekwoordelijke hoogdag – ik zou bijna zeggen de nationale feestdag (in het rijtje van 4, 11, 14 en 21 juli) – van ons Vlaams Genootschap van Santiago de Compostela. Het was verzamelen geblazen in Borsbeek, een deelgemeente van Antwerpen, gelegen aan de zuidoostelijke (en dus rijke!) rand van de agglomeratie van de havenmetropool. Gelukkig heel wat dichterbij voor de pelgrims uit het oosten des lands, die nog niet bekomen waren van hun verre tocht naar de oevers van de Ijzer in 2007!

Alhoewel onze vlag fier wapperde aan de kerktoren, begon deze dag toch ietwat in mineur. Doedelzakspeler Dirk, die samen met Hugo op het doksaal had postgevat om de muzikale intermezzi in de mis leven in te blazen, kreeg de bibber op zijn lijf en moest ijlings naar het ziekenhuis afgevoerd worden door Rosine en Jan Verhaverbeke. Wat de vrouw van een voorzitter lijden kan! Achteraf hoorde ik dat hij dringend aan zijn blindedarm diende geopereerd, wat inmiddels gebeurde, en wij wensen hem alvast een goed herstel toe.

Intussen kwamen de pelgrims binnengesijpeld in de stemmige kerk om zich bij Toon en Mia in te schrijven. Uiteindelijk bleek er slechts één persoon op het appel te ontbreken, tot grote tevredenheid van organisator Jaak Baret. Guido Vandeperre ging voor in een stemmige eucharistieviering met regelmatig een verwijzing naar ons pelgrimsverleden. Dat hijzelf ook tevoet naar Compostela was getrokken zagen we aan zijn blote voeten in bruine sandalen, net als eertijds de minderbroeders. Andere pelgrims droegen een schelp, in alle kleuren en formaten, op hun borst, zoals een generaal zijn medailles showt tijdens het troependefilé.

Onze voorzitter toonde een nog minder bekend facet van zijn persoon, toen hij prachtige doedelzakklanken doorheen de kerk strooide. Dat er af en toe een valse noot tussenstak, heeft niemand gehoord… De mis vloog voorbij en om 12.00 uur zaten we paraat in herberg – taverne "De Valk”, pal naast de kerk gelegen. Jaak Baret had het weer mooi geregeld. Volgens mij kijkt hij eerst waar er een gezellig café is en dan zoekt hij wel of er nog een Jacobuskerk in de buurt is. Na de verrukkelijke soep, gevolgd door vis of vlees en taart met koffie achteraf, trokken we terug naar de kerk, voor een rondleiding, gelukkig vanop onze stoel.

Meneer pastoor gaf eerst een welkomstwoordje, waarin hij steevast sprak over de bedevaart naar Compostela de Santiago, waarna de voorzitter van de kerkfabriek ons uitgebreid onderhield over de geschiedenis en de kunstschatten van de kerk. Niet minder dan vijfmaal zagen wij onze geliefde heilige afgebeeld: als patroon van de kerk tegen een kolom van de middenbeuk, als bas-reliëf op de preekstoel, op het koorgestoelte en op de communiebank, en tenslotte in extase op het hoofdaltaar. Dat hij in deze laatste voorstelling als bisschop ten tonele werd gevoerd, was voor niemand een probleem.

Nadien konden we nog gezellig napraten en genieten van een frisse pint op het terras van "De Valk”. Onze voorzitter moest toen alweer terug naar huis, want ’s avonds werd hij nog verwacht op de plechtige eucharistieviering in de "Antwerpse” Sint-Jacobskerk, met bijbehorende receptie bij de "Dames”. Maar toen waren wij alweer terug thuis.

Martin Kellens















Sint-Jacobsviering 25 juli 2008 => Homilie door Guido Vandeperre

Vrienden, Ik herinner me nog mijn eerste dagen stappen vanuit België, richting Frankrijk en de kriebels in de buik met dat onwennig gevoel waar ik onderdak zou vinden die avond, waar ik terecht zou komen. Onderdak en eten, het zijn twee zorgen die een pelgrim regelmatig met zich meedraagt.
De mensen die Jezus gevolgd zijn hebben blijkbaar helemaal niet aan eten gedacht of over het feit dat ze die dag nog terug moesten geraken. Zo geboeid waren ze door wat Jezus te vertellen had dat ze helemaal de tijd uit het oog hadden verloren. Gedreven door hun verlangen om hem te horen waren ze op weg gegaan.
Elk van ons is als pelgrim door een of ander verlangen op weg gegaan en heeft zijn hart gevolgd. Verlangen naar verdieping, nieuwe horizon, spiritualiteit, ontmoeting, afstand nemen, in het reine komen met iets uit het verleden, tot rust komen.
Zo kwamen de mensen ook naar Jezus: om een deugddoend woord te horen, om zin aan hun leven te geven, om geheeld te worden. Zoals pelgrims gingen ze weg van huis en kwamen van ver door wind en regen om een bron van leven te vinden.
Jezus wil hen niet zomaar naar huis sturen, maar niet iedereen staat open voor een zoekende mens op weg. Elk van ons heeft wel eens die ervaring gehad van doorgestuurd te worden.
Niet zo bij Jezus: bij Hem ben je welkom. Hij wil de mensen sterken en voedsel geven opdat ze verder kunnen. Maar niet zonder onze medewerking: ‘Geef gij hen maar te eten’

De leerlingen gaan er wat schoorvoetend op in: hoe moet dat?
Uiteindelijk komen er 5 broden en 2 vissen te voorschijn: ‘maar 5 broden en 2 vissen ‘ zeggen de leerlingen. Onze menselijke middelen zijn soms maar pover, maar hoe pover ook, het is belangrijk dat die kleine inspanning gebeurt. Christus wil het niet zonder ons doen.
Hoe dikwijls kreeg je als pelgrim niet ergens een fles water, een brood, een paar stukken fruit, iets waar je weer een paar uren verder mee kon. In de ogen van de gever leek het wellicht niet veel, maar voor jou betekende het heel wat meer.
Met de kleine gave doet Jezus dan iets. Hij laat de mensen zitten in groepjes. Hij had ze al bijeen gebracht, om naar Hem te luisteren. Nu zet Hij ze in groepjes bijeen, zodat ze ook met mekaar kunnen praten.
Zo is de pelgrimsweg: hij brengt mensen bijeen en ’s avonds kom je weer bijeen in groepjes die zich spontaan vormen en deel je de tafel met wat er is, met wat men met elkaar wil schenken. De zegen wordt uitgesproken en iedereen eet tot hij of zij verzadigd is: een wonder gebeuren. Wat het gezamenlijk verlangen met mensen kan doen.

Ik ben net terug van de Wereldjongerendagen in Sydney. 3 à 400.000 jongeren bijeen, met dat gezamenlijk verlangen om God en mekaar te ontmoeten. Ras, taal, afkomst  doen er niet toe, men heeft een gemeenschappelijke basis die alles overstijgt.
Zo, ook met de Camino: hij brengt mensen bijeen en voedt ze innerlijk tot vernieuwde mensen. De pelgrim is een mens van de weg. Zo werden ook de christenen genoemd, mensen van de weg. Ze volgen een gemeenschappelijk doel: de Christus, de levende. Zoals de pelgrims delen ze brood en wel en wee met elkaar. Ze delen wat ze hebben met mekaar in blijdschap en eenvoud van hart. Als dat gebeurt is het een authentiek en aanstekelijk getuigenis voor anderen.
Goede vrienden, pelgrims; ook al is je weg naar Compostela al beëindigd, en ga je niet meer op stap, blijf je dan niet altijd wat die mens van de weg? Er is die ingesteldheid, die basishouding, die je wellicht nooit meer kwijt raakt: met eenvoud van hart in het leven staand, delend met anderen wat je hebt: jouw 5 broden en 2 vissen.
Zo ga je bewust of onbewust verder op je innerlijke weg. Deze is nog grootser en indrukwekkender.
Ik nodig je uit om die altijd te durven gaan, want ook daar ga je niet alleen. Hij loopt met je mee en reikt je op het gepaste moment voedsel aan.
Op deze weg wens ik je buen camino!