Limburg > Regio Limburg: Sint-Jakobus en Luik

Regio Limburg: Sint-Jakobus en Luik

‘Peregrinos’ betekent ‘zij die door het veld gaan’. Op zaterdag 18 september, een dag met een milde zon, waren we ‘zij die door de stad gaan’, peregrinos in Luik.
Max Schiavoni en Martin Kellens organiseerden en gidsten een boeiende stadswandeling.
Het trefpunt voor de 27 deelnemers, met een blij weerzien voor sommige JKP’ers, was het station Luik Guillemins. Een reuzengrote witte schelp van glas, staal en beton, een doorkijkboog tussen de stad en het groen op de heuvels erachter, is wat architectSantiago Calatrava hier gecreëerd heeft. Je wil het kostenplaatje niet weten en de pinnetjes tegen een duivenplaag in de ellenlange banenkoepel niet tellen, maar het is een mooi geheel en het blijft proper.

De Sint-Jacobuskerk overweldigt door een combinatie van stijlen en indrukken: een sobere romaanse westbouw, een koor en schip in uitbundige gotiek, een renaissanceportaal en –orgel en barokke beelden van Jean Del Cour.
Jacobus de Meerdere of Jacobus de Mindere? Ze komen beide aan bod in deze voormalige, grote kapittelkerk van de benedictijnerabdij Saint-Jacques, vanwaaruit pelgrims, hoofdzakelijk te voet, vertrokken naar Santiago de Compostela.
Als je binnenkomt, valt de stilte op. Onze Franssprekende gids dempt haar stem en Martin Kellens voegt er achteraf op zijn rustige manier extra informatie aan toe.
Op de westgevel ontdek je een strip met twaalf kleine reliëfapostelen, ‘geschaard’ rond Maria met haar kind. Onder het geheel zie je een beeldje van een lezende Jesajah, met een baard groter dan zijn boek. ‘Lees teneinde te leven’, zegt Gustave Flaubert. Wij lezen de kerk. Boven de apostelgalerij staat het zeventiende- eeuwse orgel van Andries Severijn, een Nederlander, die onder zijn orgel begraven ligt.
In de middenbeuk behoren bij elke pilaar grote witte beelden (ze blijken van hout te zijn): machtige Hubertussen en Jacobussen … de Meerdere en de Mindere! De Meerdere herken je aan de schelpen op zijn revers. Het gewelf is een gotisch feest om naar te kijken: slanke bundelpijlers waaieren uit naar een webwerk van ster- en sleutelgewelven in zachte kleuren. Prachtig stenen maaswerk versiert de triforia.
De brandglasramen met spitsbogen in het koor laten uitzonderlijk mooi gekleurd licht door hun taferelen heen schijnen. Ze beelden Jacobus en andere heiligen uit en ook, wereldlijk, een aantal ambachten. Als je het groteske houtsnijwerk van de ‘misericordekes’ bekijkt, kun je wel stellen dat de monniken een wereldse kant bezaten: een gaper, een Reinaert (met andere pelgrimsdoelstellingen dan wij) … Alle figuren verschillen ook van elkaar. We proberen de ‘zitterkes’ even uit: stevig en comfortabel voor wie staande dreigt onderuit te zakken. Het is fijnzinnig kunstwerk. Een dubbelbeeld van Maria op een halve maan herinnert ons aan het Marianum in de kerk van Neeroeteren, voor sommigen een mooie herinnering van het JKP in juni. Rechts in het koor beklimmen we de dubbele trap van de twee burgemeesters, die elkaar bij hun eedaflegging niet wilden tegenkomen (legende).
En dan duikt in een zijbeuk Jacobus de Mindere met zijn knots nog eens op. Hier staan de schelpen van de andere Jacobus bij. Een echte Jacobuskerk, zeker als je weet dat de monniken indertijd zelfs een relikwie van Jacobus de Meerdere meebrachten uit Compostela. Je kan die bewonderen in een schrijn.

De sobere gotische Sint-Pauluskathedraal vervangt de romaanse. We treffen er Jacobus en Lambertus samen aan in een reliekhouder en er is een stenen Jacobusbeeldje uit de zestiende eeuw.
In de negentiende eeuw restaureerde men de gewelfschilderingen met renaissancistisch rankwerk. Het bladermotief, de kleuren en de schilderingen herinneren weer aan de Lambertuskerk van Neeroeteren. Martin Kellens merkt op dat vroeger het leven voor de mensen eentonig van kleur was, vandaar de rijke schilderingen in de kerken. Vandaag is het net omgekeerd: de muren worden egale vlakken omdat de mensen overprikkeld zijn. En kijk, daar zijn ook Harlindis en Relindis, onze benedictinessenvriendinnen uit Aldeneik bij Maaseik, één van de 23 ‘bonnes villes de Liège’.
Dat de kerk last had van Maasoverstromingen kun je aflezen op de voet van een pilaar. Het hoogste peil behaalde deze regenrivier in 1926.

De Bartholemeuskerk, in het wit met geel en bruin, met veel boogjes en rondboograampjes, lijkt weggehaald van de Romantische Strasse. Ze is een voorbeeld van de romaanse stijl in het Rijn- en Maasland.
Het meesterwerk van Maaslandse kunst is de kleine, geelkoperen doopvont (1107-1118) zonder deksel, toegeschreven aan Reinier van Hoei. De scènes op de wand stellen dooptaferelen voor. Op de benedenboord staan, in halfverheven reliëf en heel levendig,  tien runderen, alsof ze de ‘carrousel’ aan het draaien proberen te krijgen, ware het niet dat ze alle hun eigen richting uit willen.

Max wil met ons nog één richting uit: de Place Saint-Lambert met het Perron en terrasjes. Op het Perron, het vrijheidssymbool van de vurige stad Luik (ook even schandpaal) prijken een granaatappel en de Drie Gratiën van Del Cour. Een terras wordt de afsluiter van onze uitstap.
We kregen smaakmakers opgediend vandaag, goed voor een terugkeer naar de stad van Simenon.

Lees ook het artikel ‘Jacobus in de stad Luik’, Martin Kellens, De Pelgrim nr. 101.

Ria Bruggen