OVER ONS > SINT JAKOB

Jacobus de Meerdere

De geschiedenis

Over Jacobus de Meerdere zijn zeer weinig historische gegevens bekend.

Enkel het Nieuwe Testament verwijst sporadisch naar hem.
Zo lezen we in het evangelie dat hij als één van de eersten, samen met zijn broer Johannes, geroepen werd om Jezus te volgen.
Hij was de zoon van Zebedeus en net als zijn vader visser van beroep.
"Eens, toen Jezus zich bij het meer van Galilea ophield, zag Hij twee broers, Simon die Petrus wordt genoemd en diens broer Andreas, bezig het net uit te werpen in het meer. Zij waren namelijk vissers."
En Hij sprak tot hen: "Komt, volgt mij; ik zal u vissers van mensen maken." Terstond lieten zij hun netten in de steek en volgden Hem.
Iets verder zag Hij nog twee broers, Jacobus, de zoon van Zebedeus en zijn broer Johannes. Met hun vader Zebedeus waren zij in de boot hun netten aan het klaarmaken. Hij riep hen en onmiddellijk lieten zij de boot en hun vader achter en volgden Hem" (Mat. IV, 18 -22).
Hetzelfde verhaal vinden we terug in de evangelies van Marcus en Lucas.

In een paar kleinere fragmenten in het evangelie van Matteus en Lucas lezen we dat Jacobus samen met zijn broer Johannes en met Petrus leerlingen waren die zeer dicht bij Jezus stonden. Jacobus is erbij wanneer Jezus naar zijn Goddelijke zending verwijst: "Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jacobus en diens broer Johannes met zich mee naar boven op een hoge berg... Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd’"(Mat. XVII, 1 - 2).
Jacobus is erbij om in de Hof van Olijven met Jezus te bidden: "Petrus en de twee zonen van Zebedeus nam Hij echter met zich mee..."(Mat. XXVI, 37).
Jacobus is getuige bij de opwekking van het dochtertje van Jaïrus: "Toen Hij bij het huis aankwam, liet Hij niemand mee binnengaan behalve Petrus, Johannes en Jacobus en de vader en moeder van het kind..."( Luc. VIII, 51)

In de Handelingen van de Apostelen (waarin het leven van de eerste christenen beschreven wordt) lezen we hoe Jacobus - waarschijnlijk rond 44 na Christus- de marteldood is gestorven: "omstreeks die tijd legde koning Herodes Agrippa I de hand op enkele leden van de kerk om hen te mishandelen. Jacobus, de broer van Johannes, liet hij met het zwaard ter dood brengen" ( Hand. XII, 1 - 2).

Jacobus in Spanje

Het verhaal dat Jacobus naar Spanje trok, en bij gebrek aan belangstelling naar Palestina terugkeerde, komen we voor het eerst tegen in de "Codex Calixtinus". Het is de eerste reisgids voor pelgrims naar Compostela. Hij werd samengesteld rond 1150 na Chr.
Historische gegevens van zijn aanwezigheid in Spanje bestaan op dit ogenblik niet.
Het verdere verhaal is meer dan waarschijnlijk legende.
Na zijn onthoofding zouden leerlingen van Jacobus zijn dode lichaam in een bootje gezet hebben dat zeven dagen later aan de Spaanse kust strandde. Over de manier waarop die zeetocht gebeurde bestaat in de verschillende verhalen geen eenstemmigheid. Volgens sommige bronnen voer het scheepje op eigen kracht. Andere verhalen schrijven dat Athanasius en Theodorus, twee van zijn leerlingen, mee aan boord gingen. Nog andere bronnen spreken van een engel die het bootje begeleidde.


Het scheepje zou geland zijn in Iria Flavia, wat toch een paar historische vraagtekens opwerpt. Het plaatsje had zijn naam te danken aan de Romeinse keizer Titus Flavius Vespasianus. Deze keizer regeerde echter rond de jaren 70 na Chr.
Rekening houdend met de vermoedelijke datum van Jakobs' marteldood ( ca. 44 n. Chr. ) en de overtocht van zeven dagen, klopt de tijdberekening niet.
Jacobus zou volgens het verhaal in Spanje begraven zijn en... vergeten.

De ontdekking van het graf

De eerste geschriften over de ontdekking van het graf van Jacobus dateren van 1077.
In de 9de eeuw leefde in de buurt van Iria Flavia (het huidige Padrón) de monnik Pelagius.
Rond 810 - 813 kreeg de monnik visioenen over het graf van Jacobus. Samen met bisschop Theodomir ging hij op zoek naar het graf. Ze werden begeleid door een heel bijzondere ster die hen de weg wees.
Ze vonden een graf, waarin drie kisten rustten: Jacobus en zijn twee leerlingen Athanasius en Theodorus.
Al zeer vlug kwam er een stroom bedevaarders op gang. De "ontdekking" van het apostelgraf moet ook worden gezien tegen de achtergrond van de Moorse bezetting.  De Moren waren in 711 Spanje binnengevallen en hadden het op korte tijd vrijwel geheel bezet. Wanneer Koning Ramiro in Clavijo een overwinning behaalt op de Moren is het hek helemaal van de dam. De mensen hadden immers Sint-Jakob zien tussenkomen, gezeten op een wit paard, de Moren neersabelend.
Een nieuwe legende was geboren: Jacobus, Matamoros (Morendoder).