De Hærvejen - De Deense camino in twee richtingen

Over Paul De Marez. Voor mij gaat elke pelgrimstocht over het ervaren van betekenis op het ritme van de voeten. Ik vertrek steeds – in de mate van het mogelijke – vanuit mijn thuishaven en stap in één ruk tot de aankomst (Compostela 2004, Compostela 2010, Rome 2013, Trondheim 2016). Tussendoor was ik, samen met Sebastien de Fooz, trekker van de Josalatocht Ieper-Istanbul in 2014.

De pelgrimstocht. Te voet vanuit Flensburg naar Frederikshavn van 24 mei tot 14 juni 2016. De tocht was onderdeel van een veel langere pelgrimstocht, van Kortrijk naar Trondheim.

Ze zijn eerder zeldzaam, maar toch staan ze er: de paaltjes met aan de zuidzijde het grijsrode Olavskruis en aan de noordzijde de geelblauwe jakobsschelp. Ik loop door Jutland (Denemarken) noordwaarts op een pelgrimsweg naar Nidaros/Trondheim, maar ik kom pelgrims tegen die met staf en schelp naar Santiago de Compostela trekken.

Ossen en pelgrims

Andreas Blinkenberg, Deens architect en begaan met erfgoed en regionale ontwikkeling, en zijn vrouw Elisabeth Lidell, (Lutheraans) pastor, gingen op pelgrimstocht naar Santiago de Compostela en kwamen enthousiast en vol ideeën terug thuis. Over de ‘ruggengraat’ van Jutland liep toch ook een zeer oude middeleeuwse weg, waarlangs lang geleden de ossen naar het zuiden werden gedreven en pelgrims en heren in beide richtingen langs trokken, de enen te voet en de anderen te paard. Met een creatieve geest, een warm hart, een dynamische aanpak en een groeiende steun kreeg de ‘Hærvejen’, ‘The Ancient Road’ of ‘Der Ochsenweg’, de laatste tien jaar gestalte als de Deense camino. Met overheidssteun ontstonden in 2008 de eerste pelgrimsherbergen langs de weg, meestal in landelijke boerderijen. En in 2010 werd de pelgrimsweg, als verbindingsweg tussen de Olavsweg en de andere Europese pelgrimswegen, erkend door de Raad van Europa.

Wegwijzerpaal in Øster Løgum

Het pad

Het pad volgt de heuvelrug, gevormd door het afsmelten van de ijskap na de ijstijd, noord-zuid door Jutland. Sinds het bronstijdperk konden de mensen hierlangs reizen, zonder door het water te moeten. Veel Vikingnederzettingen lagen aan deze route en vanaf de middeleeuwen was het de drijfweg voor de grote ossenkudden (tot 50.000 stuks per jaar) van de Jutlandse weiden naar Europa’s grootste verse vleesmarkt in Wedel bij Hamburg.

Tussen Viborg en de Deens-Duitse grens bij Padborg volgt de huidige Hærvejen , langs mooie voet- of fietswegen, deze oude ossenweg in grote lijnen. In het noorden van Jutland, tussen Viborg en Frederikshavn, werd dan langs mooie zachte wegen een verlengde pelgrimsroute gecreëerd, open sinds 2014. En inderdaad, er is zowel een fiets- als een wandeltraject volledig uitgewerkt, beschreven en bewegwijzerd. In Frederikshavn is er via de veerboot naar Oslo verbinding met het Olavspad. In het zuiden heeft de pelgrim via Padborg (DK) en Flensburg (Dl) verbinding met diverse routes: het Duitse deel van de Ochsenweg tot Hamburg, de Via Jutlandica en de Duitse Jakobswegen richting Keulen, de Jutland Fietsroute die Skagen (DK) met Emmen (Nl) verbindt. Een handige map met gedetailleerde kaarten 1/50.000 en beschrijving (Engels, Duits, Deens) van bezienswaardigheden is in de handel en via de website verkrijgbaar.

Je loopt/fietst over zanderige wegen en antieke brugjes, door paarse heidelandschappen, donkere eiken naaldbossen, langs heilige bronnen, verweerde runenstenen, gele koolzaadvelden, fascinerende tumuli uit bronzen ijzertijd en talrijke Vikinggrafheuvels, heldere meren, sympathieke witte kerkjes, grote witte boerderijen, vele honderden zwart-witte melkkoeien. Het is er natuurlijk relatief vlak, maar verwacht geen eentonig polderlandschap, integendeel, het is vaak verrassend heuvelachtig. Fysisch is het geenszins zwaar, een ideale pelgrimsweg voor wie vermoeiend zware paden schuwt. In theorie is de weg het hele jaar door te bewandelen, maar de beste periode is toch van mei tot september. Dan zijn ook de pelgrimsherbergen zeker open. De weg wordt als ‘Hærvejen’ uitgebreid bewegwijzerd in diverse vormen en kleuren, met infobordjes onderweg.

De Deense camino

Tussen Padborg (Duitse grens) en Viborg, een afstand van een kleine 300 km, krijg je al snel een caminogevoel. Hier is langs de oude weg een netwerk van veertien pelgrimsherbergen uitgebouwd, telkens op zo’n twintig kilometer afstand. Soms in hutten of in een parochiehuis, maar meestal in oude boerderijen, vind je een nette slaapzaal met tien a twintig bedden, een keukenhoek, toilet en douche, soms ook een leuke zitruimte. Vrijwillige hospitaleros moet je niet verwachten, maar je bent welkom bij de gastvrije boer/boerin of pastor die je graag op weg helpt, bij wie je meestal nog wat basisvoeding kunt aanschaffen, of die je tegen betaling een eenvoudig avondmaal of ontbijt serveert met een leuke babbel erbij. Een kleine brochure beschrijft alle herbergen en de af te leggen afstand en fungeert tegelijkertijd als stempelboekje. En je betaalt overal hetzelfde vaste tarief (in 2016 was dat 100 DK of +/13 €). Vaak doe je dat in een donativo-doos: gastvrijheid met een enorm vertrouwen! Maar pas op, je kunt er niet reserveren, de bedden zijn er volgens beschikbaarheid bij aankomst. Ze zijn enkel toegankelijk voor stappers, fietsers of ruiters en je moet in theorie een Deense hostelkaart kunnen voorleggen, maar niemand vraagt erom aan een pelgrim … Tussen Viborg en Frederikshavn is het nog even wachten op dergelijk netwerk. Maar hier zijn er onderweg heel wat goed uitgeruste shelters (slaapplaats in open hut, met picknicktafel, vuurplaats, toilet en stromend water). Trouwens op de website zijn er ook meer comfortabele, maar vaak duurdere, accommodaties te vinden onderweg: hotel, B&B, hostel, hut op camping.

En dan de kerkjes. Ze staan er wit romantisch te stralen, meestal in het open veld of aan de rand van een dorp, met een bijzonder sfeervolle begraafplaats eromheen. Ze zijn bijna alle open overdag en je bent er welkom om een dienst mee te maken, de architectuur en kunst te bewonderen, een kaars te ontsteken, even een stil gebed te murmelen, of een stempel te halen voor je stempelboekje. En, niet onbelangrijk voor een vermoeide pelgrim, er staan altijd wel enkele rustbanken en er is steevast een bijgebouwtje met water, elektriciteit, toilet en uitzonderlijk zelfs een douche: vrij te gebruiken door kerkgangers, verzorgers van de graven, en pelgrims. Het is alleen soms zoeken naar een winkel of andere bevoorrading onderweg. En dat is nog veel meer het geval voor een café of restaurant. En toch voel je een warm welkom, zeker als je langs de weg weer eens een minuscuul pelgrimshokje passeert met daarin wat elementaire voeding voor de passerende pelgrim ‑ geld in een bakje leggen graag.

Het doet heel erg aan de camino denken, maar dan zonder de horden andere pelgrims, en hier heeft de weg geen doel, hier is de weg enkel weg. Der Weg ist das Ziel, letterlijk. Het is een overgangsweg, naar het noorden (Trondheim) of het zuiden (Santiago, Rome, Jeruzalem). Oude geschriften hebben het over de pelgrimstocht van een monnik uit IJsland, in de jaren 1200 langs deze weg naar Rome. De Reformatie maakte een eind aan de rooms-katholieke pelgrimage. Maar nu is ook hier de revival van het pelgrimeren zichtbaar en voelbaar. De weg is ontmoetingsplaats voor wie oogt naar zingeving, gelovig of niet, voor wie zoekt naar spirituele betekenis, onthaasting, rust, eenvoud.

Je kunt getrouw de weg volgen, die is boeiend genoeg. Ik denk o.a. aan de vele grafheuvels en de Vikingstad Jelling, de talrijke fraaie kerkjes en de hartelijke ontmoetingen, al zijn die op dergelijke eenzame route natuurlijk veel minder frequent. En toch. De winderige ochtendlijke babbel met Solveig, vriendin van alle bloemen en doden op de begraafplaats bij Karup kirke, de ontmoeting met Sven in zijn Vikingdorp, een gele caminopijl op de arm getatoeëerd, de avond onder ons drietjes met zangeres/gitariste Lisa en haar Wicca-vriendin in de pelgrimsherberg van Jelling, de filosofische avond met de Socratesgroep van pastor Kirsten in de pelgrimsherberg van Kragelund: warmte en verfrissing van hart en geest. Maar als je met open geïnteresseerde blik onderweg bent en de tijd neemt om af en toe wat van het pad af te wijken, dan kom je, zoals ik, ook in Vedstedt Dysserne, villages of dead uit het bronstijdperk in de omgeving van Hammelev, sta je verbijsterd te kijken in de meer dan tweeduizend jaar dode ogen van de ritueel geofferde ‘Tollundman’, op de pelgrimsweg in het veen gevonden nabij Silkeborg, en loop je geïntrigeerd rond in Christiansfeld, werelderfgoed en 18de-eeuwse utopische christenstad van de Moraviërs, diepgelovige Lutherse broederschap. En de wind waait je ziel.

Extra informatie

Paul schreef een boek over de tocht: De ogen van de Muskusos – ISBN 9789491144875.
Wens je over deze pelgrimsweg met Paul contact op te nemen, e-mail dan naar [email protected].

Login met je gegevens

Je gegevens vergeten?