Van Hernia naar Santiago
Januari 2024, hier lig ik dan: plat op mijn rug, de benen wat hoger, liefst een hoek van 90 graden, starend naar het plafond, mezelf vervloekend (waarom had ik nu niet aan mijn man gevraagd om me te helpen mijn sokken aan te trekken, mijn voeten zijn ijsblokken).
Het zinnetje “gelukkig nieuwjaar en een goede gezondheid” flitst door mijn hoofd en nu besef ik het pas: een goede gezondheid is alles!
De rechter “Meneer Doktoor” heeft geoordeeld;
De beschuldigde: Meneer Hernia;
Het slachtoffer: Ik;
Getuige: de CT-scan in het ziekenhuis.
Dagen van rust, infiltraties en kiné dringen zich op. Mijn brein draait overuren. Ik heb uren de tijd om over alles na te denken.
Pling!… Een berichtje uit de buitenwereld. Mijn baas roept iedereen op zoveel mogelijk overuren op te nemen dit jaar. We staan voor een fusie en alle overuren moeten op.
Het zaadje was al lang geplant maar ik had het niet de nodige aandacht gegeven maar nu begon het te groeien: ik ga de Camino Frances lopen en ik start in mei!
Het plannen kon beginnen. Liggend in de zetel boekte ik een heen- en terugvlucht naar Bilbao. Ik zou vandaar de bus nemen naar Pamplona en mijn tocht daar starten. Gezien mijn fysieke status op dat moment was starten in de Pyreneeën misschien wat te hoog gegrepen. Ik zou stappen van Pamplona tot Burgos en dan terugkeren naar huis. Ziezo, ik had een doel en het genezingsproces kon beginnen.

Bij mijn aankomst in Pamplona werd ik direct ondergedompeld in het pelgrimsbad. Ik had nog nooit zoveel gelijkgestemde zielen gezien op 1 plek! Voor mijn eerste nacht had ik een hotelkamer gereserveerd omdat ik me wat onwennig voelde tussen al die wandelende kousen in sandalen en slippers. Ik zag ook pelgrims die gehavend uit de Pyreneeën kwamen: o.a. veel knieblessures, hoofdwonden… dit was voor mij de bevestiging dat ik de juiste keuze had gemaakt. Achteraf misschien wat naïef want de volgende dag stond de Alto del Perdon op het programma. Enfin, de vriendelijke host in het hotel liet me kennismaken met het rugzaktransport. Hij legde mij het systeem uit van het geld en de envelop. Dit bedrijf, Jacotrans, werd mijn partner in crime tot aan de eindmeet. Zonder hen had ik mijn droom niet kunnen waarmaken.

Mijn eerste deel van mijn camino was verbazend mooi. Ik vergat soms hoe zwaar het bij momenten was dankzij de prachtige landschappen waar ik mocht doorwandelen. Het stappen deed me goed. Mijn grootste angsten waren niet de wandelingen op zich maar de matrasjes van de stapelbedden van de vele albergues. Door de wandelingen overdag had ik wonder boven wonder geen last van mijn rug. Gaandeweg voelde ik mij fysiek elke dag sterker worden.
Terug in België liet de camino mij niet meer los. Ik wou terug en liefst zo snel mogelijk. En zo geschiedde. Op 25 september in datzelfde jaar, vloog ik terug naar Bilbao waar Cecilio, een medepelgrim die ik in mei leerde kennen, mij stond op te wachten. Geen rit op een overvolle bus dit keer maar een privéchauffeur die me meenam naar het oude centrum van Bilbao. Het werd een heerlijke namiddag. We aten pinxtos en dronken een cerveza. Hij gaf me nog enkele tips voor het vervolg van mijn camino. Alvorens de bus te nemen naar Burgos waar ik mijn tocht ging voortzetten kocht hij nog una concha (een schelp) voor mij want het was een schande dat ik er nog geen had! We namen afscheid en ik vervolgde mijn weg: via Burgos naar Sarria in 18 dagen.
Omdat ik al wat “ervaring” had met het pelgrimsgebeuren was dit een heel andere tocht. De contacten met de andere pelgrims waren mooier en intenser en dat kwam vooral door mezelf. Ik durfde me meer openstellen en dat leverde heel wat mooie ontmoetingen en vriendschappen op. Op die manier was ik nu ook in staat om mensen met elkaar in verbinding te brengen. Onze vriendengroep werd na elke tussenstop groter en groter. Het leek wel of ik in elk dorp iemand kende. Ook fysiek ging het goed: weg stress, weg kwaaltjes. Ik had toen deze tocht kunnen afmaken en naar Santiago stappen maar ik stopte in Sarria omdat ondertussen het idee ontstaan was om deze laatste 114km met mijn 16-jarige zoon te stappen. Dat gaf mij dan direct de kans om nog eens terug te keren. Na mijn thuiskomst kreeg ik de ene na de andere foto van mijn medepelgrims die in Santiago aangekomen waren. Ik zocht troost in het feit dat mijn momentje nog ging komen. Vele weken na dit avontuur sturen we nog dagelijks Whats app berichten de hele wereld rond.
In april 2025 was het dan zo ver. Ik begon aan mijn laatste etappes richting Santiago. Ook dit deel van mijn camino was een andere beleving. Kilometerslang kon ik mijn opgroeiende tiener ongestoord vragen stellen en kreeg ik daar ook antwoorden op! Ik mocht ademen en kauwen hoe ik dat wou. Ik mocht mezelf zijn in het bijzijn van hem en hij schaamde zich niet om met zijn moeder op pad te zijn. Dat was nieuw voor mij. Hij hielp me de bergen op door me aan te moedigen, hield mijn hand vast bij de afdalingen over losse stenen en praatte voluit over zijn gevoelens en de struikelblokken op zijn weg naar volwassenheid. Het kind dat vroeger wandelen als een vorm van “kindermishandeling” beschouwde was uitgegroeid tot een sterke jonge man die zonder zagen het hele pelgrimsgebeuren onderging.
Op de avond van mijn voorlaatste stapdag lees ik volgende tekst op de lattenbodem van het bed boven mij:
El camino es de valientes
Y si estás leyendo esto,
Tu eres muy valiente
De camino is voor de dapperen
en als je dit leest
ben je heel dapper.
Er vloeien traantjes. Ik realiseer mij dat het niet altijd makkelijk geweest is de weg naar Santiago maar wat ik wel geleerd heb is dat je door je ene voet voor de andere te zetten overal kan komen waar je ook maar wil.
Buen Camino






