Werkgroep Pelgrimspaden

Taak

De werkgroep heeft als opdracht de historische etappeplaatsen op de wegen naar Santiago opnieuw zichtbaar te maken en te onderhouden. De wegen zijn een onderdeel van een Europees netwerk van pelgrimspaden. Hij werkt daartoe samen met Franse, Nederlandse en Belgische zusterorganisaties.

De werkgroep stippelde vijf routes uit, zorgde voor bewegwijzering en publiceerde vier topogidsen. Vandaag is Vlaanderen definitief geen witte vlek meer in het netwerk van pelgrimswegen naar Compostela.

De taak van de werkgroep is daarmee niet beëindigd. Er blijven vrijwilligers nodig om de routebeschrijving en de logiesinformatie te actualiseren, en om de bewegwijzering te controleren.

In het verleden

In de middeleeuwen bestonden er in de Nederlanden vrijwel geen specifieke pelgrimsroutes. Langs een toen al fijnmazig netwerk van wegen verplaatsten pelgrims zich naar het zuidwesten en kozen hun etappeplaatsen afhankelijk van logiesmogelijkheden, bedevaartplaatsen, relieken … Maar kloosters verdwenen, nieuwe werden gebouwd, legers maakten delen van de camino ontoegankelijk of gevaarlijk, relieken verdwenen … en dus veranderden ook de etappeplaatsen.

Er zijn maar weinig verslagen van middeleeuwse pelgrimstochten door de Nederlanden bewaard. Aanwijsbare ‘routes’ zijn de Niederstrasse (Keulen, Maastricht, Leuven, Brussel, Halle en verder richting Parijs) en de Via Yprensis (Nieuwpoort, Rijsel), in de middeleeuwen vooral gebruikt door Engelse pelgrims. Geen van beide is vandaag zinvol in te passen in het pelgrimswegennetwerk.

Werkwijze vandaag

Bij het uitstippelen van pelgrimspaden hanteert de werkgroep volgende criteria:

  • Authenticiteit. Historische etappeplaatsen, belangrijke (Jakobs-)kerken en (-)kapellen, abdijen en lokale tradities worden zoveel mogelijk in de pelgrimswegen geïntegreerd. Voorbeelden zijn het St.-Evermarusmysteriespel in Rutten en de benedictijnenabdij van Zevenkerken (Brugge), de bakermat van het Vlaams Compostelagenootschap.
  • Relevantie. De weg moet nuttig zijn voor hedendaagse pelgrims.
  • Begaanbaarheid. Onverharde wegen hebben de voorkeur boven fietspaden. Fietspaden hebben de voorkeur boven autoluwe wegen. Autoluwe wegen boven drukke wegen.
  • Doelgerichtheid. Zonder nutteloze omwegen.
  • Onderhoudbaar. Ook in de toekomst moeten we de weg kunnen bewegwijzeren en beschrijven. De werkgroep kiest ervoor om waar mogelijk gebruik te maken van GR-paden, fiets- en wandelroutenetwerken, oevers van kanalen en rivieren. Dat maakt de beschrijving en de bewegwijzering gemakkelijker.
  • Integratie. Vlaamse pelgrimswegen moeten aansluiten op pelgrimswegen of GR-routes in de buurlanden.

Via-pelgrimsgidsen

De werkgroep maakte het voor het Vlaams Compostelagenootschap mogelijk om vier topogidsen uit te geven voor evenveel pelgrimsroutes door België: De Via Scaldea, de Via Brabantica, de Via Monastica en de Via Limburgica. Een vijfde uitgave, de Via Brugensis, staat nog in de steigers.

In de gidsen vind je een gedetailleerde routebeschrijving, topografische kaarten (1:50 000) en uitgebreide praktische informatie, o.a. over de overnachtingsmogelijkheden langs de route. De gids geeft ook achtergrondinformatie over landschap, cultuurgeschiedenis en bezienswaardigheden. Niet in het minst over de jacobalia.

Meer weten over de Via-pelgrimsgidsen

Ook een taak opnemen in de werkgroep Pelgrimspaden?

Login met je gegevens

Je gegevens vergeten?