Weet je al iets over die Camino Olvidado, de ‘vergeten camino’? Neen? Het is nochtans een heel oude, net niet zo oud als de Camino Primitivo. Naarmate de reconquista evolueerde, veranderde ook het wegennet. Er ontstonden nieuwe verbindingen tussen de Pyreneeën en de noordkust naar het zuiden van Cantabrië, naar Palencia, naar León en El Bierzo. Deels gebruikte men daarvoor Romeinse heirbanen. Op een kaart van 902 is voor het eerst sprake van de Camino de la Montaña. Er ontstonden veel kloosters, veelal met monniken uit Al-Andalus. Maar het kon beter, zo vond de paus. En die liet de Codex Calixtinus schrijven. Zo ontstond de Camino Francés. De Camino de la Montaña werd de Oude Camino, de Camino Viejo en ten slotte een vergeten camino, de Camino Olvidado.
Vrijwilligers en later lokale overheden hebben die camino nu weer op de kaart gezet. De goed 500 km is vandaag grotendeels bewegwijzerd, zeker in Castilla y León, met metalen platen. Roestkleurig. De Basken hebben voor de camino’s hun eigen, houten bewegwijzering. En tussendoor zijn er gele pijlen en andere aanduidingen. Niet alles is al duidelijk, soms is de situatie verward omdat er nieuwe en oude pijlen zijn. Maar er is nu ook al één mooie website (Spaans en Engels) voor de hele camino, met tracks, gids, beperkte streekinformatie en logieslijsten – ook nog niet helemaal volledig, maar er zijn enorme stappen gezet. Er zijn zeker een tiental albergues, die zich dikwijls richten tot een ruimer publiek dan pelgrims. Zeker in de tweede helft van deze camino is er geen overdaad aan winkels. Je neemt best wat extra reservevoedsel mee in je rugzak.
De Camino Olvidado kruist enkele malen andere camino’s: de Camino del Salvador (León-Oviedo), de Ruta Vadiniense/Camino Lebaniego (kust – Mansilla de los Mulas) en (veel minder bekend) de Calzada de los Blendios (kust – Carrión de los Condes) en de Camino del Valle de Mena (Bilbao-Burgos). En er zijn er nog een paar. Vooral op die kruispunten zul je enkele pelgrims ontmoeten.
Je vertrekt in Bilbao, de enige grote stad op de camino. Onder meer het Guggenheimmuseum en het Museo de Bellas Artes zijn goede redenen om de start van de camino even uit te stellen. Logeren doe je best in de albergue, ook al ligt die aan de rand van de stad. Je zit er nog even op de Norte. De splitsing met de Olvidado is enkele kilometers verder.
Uiteraard is niet elke kilometer even mooi. Voor sommigen wordt het pas interessant na Aguilar de Campoo, voor anderen pas echt in de bergen. Het hoogste punt ligt op bijna 1700 m. De Camino Olvidado heeft enorm veel te bieden, qua landschap en natuur én qua cultuur, erfgoed en musea. Prehistorisch, Romeins, romaans, gotisch, barok. Kerken, bedevaartsoorden en ermita’s zijn dikwijls heel bijzonder. Velen hebben Santiago als patroon. Helaas zijn ze meestal gesloten.
Er zijn een aantal varianten. De belangrijkste beginnen bij de splitsing in Boñar: via La Robla naar La Magdalena (39,5 km) of via Vegacervera en Buiza naar La Magdalena (61,4 km). Twee of drie dagen. Neem de langste route, dat is een van de mooiste, zoniet het mooiste stuk van deze camino. Op weinig camino’s (wellicht op geen andere) zal je in de meimaand zoveel orchideeën zien bloeien. Ooievaars zijn in grote aantallen aanwezig. Gieren, valken en arenden ook.